Identiteit
Alle pijlers

Pijler 05

Identiteit

Leven vanuit wie je bent in Christus

Waarop rust jouw beeld van jezelf?

De vraag wie wij werkelijk zijn, raakt aan de kern van ons bestaan. Onze identiteit wordt gedurende ons leven door allerlei ervaringen beïnvloed. Ouders, opvoeding, relaties, afwijzing, succes, mislukking en de woorden die mensen over ons uitspreken kunnen diep bepalen hoe wij naar onszelf kijken. Toch ligt volgens de Bijbel onze uiteindelijke identiteit niet in onze afkomst of levensgeschiedenis, maar in onze verhouding tot God. Door Jezus Christus brengt God ons terug in een relatie met Hem als Vader. Wie God werkelijk als Vader leert kennen, begint ook te begrijpen wie hij zelf is: een kind van God.

Johannes beschrijft die verandering heel duidelijk:

Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.
Johannes 1:12, HSV

Een mens wordt dus niet automatisch een kind van God omdat hij door God geschapen is. Daarvoor is wedergeboorte nodig. Jezus legt Nicodemus uit dat iemand uit de Geest geboren moet worden om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Door onze natuurlijke geboorte ontvangen we menselijk leven; door de wedergeboorte brengt de Heilige Geest het leven van God in ons. Er ontstaat werkelijk iets nieuws. We worden opgenomen in Gods gezin en ontvangen een relatie met God die er daarvoor niet was.

Jezus zei:

Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
Johannes 14:6, HSV

Die woorden laten ook zien waar die weg naartoe leidt. Jezus is de Weg, maar de Vader is de bestemming. Het Evangelie brengt ons verder dan alleen vergeving van zonden. Door het offer van Jezus krijgen wij toegang tot God en mogen wij Hem leren kennen als onze Vader. Dat verandert de basis van onze identiteit. Een mens die jarenlang heeft geleefd vanuit afwijzing, onzekerheid of de voortdurende behoefte aan erkenning, krijgt in Christus een andere positie. De beoordeling van mensen wordt niet langer het hoogste gezag over zijn leven, want God Zelf heeft hem aangenomen.

Paulus schrijft daarover:

Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
Efeze 1:5-6, HSV

Dat woord aangenomen raakt rechtstreeks aan een van de diepste menselijke behoeften. Afwijzing kan jarenlang doorwerken in iemands zelfbeeld. Het ontbreken van bevestiging door een vader of moeder, verlaten worden door mensen van wie we hielden, buitengesloten worden of telkens het gevoel krijgen dat we tekortschieten, kan uiteindelijk bepalen hoe we onszelf zien. Het kruis brengt daar Gods antwoord tegenover. Jezus droeg afwijzing zodat wij bij de Vader aanvaarding konden ontvangen. Onze geschiedenis wordt daarmee niet ontkend, maar zij verliest het recht om onze identiteit vast te leggen. De Vader heeft in Christus een nieuw oordeel uitgesproken over degene die tot Hem behoort: je bent aangenomen in de Geliefde.

Dat heeft ook gevolgen voor onze waarde. Veel mensen proberen hun waarde te ontlenen aan prestaties, waardering of de plaats die zij onder anderen innemen. De Schrift meet waarde op een andere manier. Petrus schrijft dat wij zijn vrijgekocht met het kostbare bloed van Christus. De prijs die God voor onze verlossing betaalde, laat zien welke waarde Hij aan ons heeft toegekend.

...dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent (...) maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.
1 Petrus 1:18-19, HSV

Daarom hoeft iemand die in Christus is zijn waarde niet voortdurend opnieuw te verdienen. God heeft die waarde al zichtbaar gemaakt in de prijs die Hij betaalde. Dat betekent ook dat een christen moet leren zijn denken in overeenstemming te brengen met zijn nieuwe positie. We kunnen opnieuw geboren zijn en toch nog jarenlang denken vanuit oude patronen van afwijzing, angst, minderwaardigheid of slavernij. De waarheid over onze identiteit moet daarom niet alleen gekend worden, maar steeds dieper onderdeel worden van hoe wij leven.

Daarin heeft de Heilige Geest een beslissende rol. Hij geeft ons niet alleen nieuw leven bij de wedergeboorte, maar bevestigt vervolgens vanbinnen onze relatie met de Vader. Paulus schrijft:

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn.
Romeinen 8:15-16, HSV

Identiteit is daarmee meer dan het verstandelijk herhalen van een Bijbelse waarheid. De Heilige Geest getuigt in onze eigen geest dat wij werkelijk bij God horen. Hij brengt ons vanuit een houding van slavernij en angst naar de zekerheid van zoonschap. We hoeven God niet te benaderen als een verre meester die voortdurend overtuigd moet worden van onze waarde. In Christus mogen wij tot Hem komen als kinderen tot hun Vader.

Paulus verbindt daar onmiddellijk een verdere waarheid aan:

En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus...
Romeinen 8:17, HSV

Onze identiteit bepaalt dus ook onze positie. Een kind ontvangt een erfenis omdat het deel uitmaakt van het gezin. Zo ontvangen wij in Christus wat God voor Zijn kinderen heeft bestemd. Dat wordt niet verdiend door religieuze prestaties, maar ontvangen vanuit onze relatie met Hem.

Die nieuwe identiteit wordt nog krachtiger zichtbaar in wat de Bijbel zegt over de nieuwe schepping:

Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.
2 Korinthe 5:17, HSV

God probeert niet slechts de oude mens wat beter te laten functioneren. Door de wedergeboorte ontstaat een nieuwe schepping. Onze vroegere zonden, mislukkingen en beschadigingen kunnen werkelijk onderdeel van onze levensgeschiedenis zijn, maar zij beschrijven niet langer onze positie voor God. Wie in Christus is, moet leren leven vanuit wat God door Jezus tot stand heeft gebracht.

Daarbij hoort ook onze identificatie met Christus. Jezus identificeerde Zich eerst met ons door onze plaats in te nemen. Hij droeg onze schuld, ontving onze straf en stierf onze dood. Vervolgens worden wij door geloof met Hem verbonden. Paulus schrijft dat God ons met Christus levend heeft gemaakt, met Hem heeft opgewekt en ons met Hem een plaats heeft gegeven in de hemelse gewesten.

...ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt (...) en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus.
Efeze 2:5-6, HSV

Paulus verwoordt die identificatie in Galaten nog persoonlijker:

Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.
Galaten 2:20, HSV

Onze identiteit wordt daarmee rechtstreeks verbonden aan Jezus. Wat Hij door Zijn dood en opstanding heeft volbracht, bepaalt onze nieuwe positie. Ook schuld krijgt vanuit die werkelijkheid een andere plaats. Aan het kruis vond een goddelijke uitwisseling plaats: Jezus werd met onze zonde geïdentificeerd, zodat wij in Hem deel konden krijgen aan Zijn gerechtigheid.

Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.
2 Korinthe 5:21, HSV

Dat betekent niet dat onze keuzes er niet meer toe doen of dat zonde geen verantwoordelijkheid meer vraagt. Het betekent dat iemand die door geloof in Christus gerechtvaardigd is, niet langer voor God staat met zijn oude schuld als identiteit. God ziet hem vanuit zijn positie in Christus.

Vanuit die relatie ontstaat ook bestemming. God neemt ons niet alleen op in Zijn gezin, maar geeft ieder van ons een eigen plaats in het lichaam van Christus. Paulus schrijft:

Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft.
1 Korinthe 12:18, HSV

Daarmee wordt ook vergelijking met anderen steeds minder belangrijk. Onze identiteit en onze plaats worden door God bepaald. Wanneer we weten dat Hij onze Vader is, kunnen we vanuit die zekerheid gaan ontdekken waarvoor Hij ons heeft gemaakt en waar Hij ons wil gebruiken.

Werkelijke identiteit ontstaat daarom vanuit onze relatie met de Vader door Jezus Christus. Door de Heilige Geest worden wij opnieuw geboren, worden wij deel van Gods gezin en ontvangen wij vanbinnen het getuigenis dat wij Zijn kinderen zijn. In Christus zijn wij aangenomen, gerechtvaardigd en een nieuwe schepping geworden. Vanuit die positie mogen we leren denken, leven en handelen.

Wie ontdekt Wie zijn Vader is, begint ook te ontdekken wie hij zelf werkelijk is.

Volgende pijler

Geestelijk herstel

Lees verder