Het verlangen naar goedkeuring behoort tot de diepste behoeften van een mens. Een kind zoekt de bevestiging van zijn ouders, een leerling hoopt op de waardering van zijn leraar en een werknemer wil weten dat zijn inzet wordt gezien. Dat verlangen is op zichzelf niet verkeerd. God heeft ons geschapen voor relaties en daarom doet het ertoe hoe anderen op ons reageren. Het probleem ontstaat wanneer menselijke goedkeuring de fundering van onze identiteit wordt en wij ons gedrag laten bepalen door de vraag of anderen ons zullen accepteren.
Wie voor zijn gevoel van waarde afhankelijk is van menselijke bevestiging, wordt gemakkelijk manipuleerbaar. Mensen kunnen goedkeuring geven wanneer wij doen wat zij verlangen en haar weer intrekken zodra wij een eigen grens trekken. In gezinnen, relaties, kerken en organisaties wordt goedkeuring soms gebruikt om mensen te beheersen: als je je aanpast, hoor je erbij; als je vragen stelt of een andere keuze maakt, wordt de warmte ingetrokken. Zo raakt een gezond verlangen vermengd met angst. We handelen dan niet langer vanuit overtuiging, maar vanuit de voortdurende vrees om iemand teleur te stellen.
God biedt een andere en veel stabielere basis. De apostel Paulus noemt in het laatste hoofdstuk van Romeinen een verder onbekende gelovige met de naam Apelles. Over hem zegt Paulus slechts enkele woorden, maar die woorden bevatten een complete bevrijdende waarheid:
“Groet Apelles, de beproefde in Christus.”
Andere vertalingen spreken hier over iemand die ‘goedgekeurd in Christus’ is. Dat is de plaats waar werkelijke zekerheid begint. Onze diepste goedkeuring wordt niet gevonden in wat mensen van ons vinden en evenmin in wat wij voor God weten te presteren. Zij wordt gevonden in Christus.
De verticale relatie draagt de horizontale
Het kruis bestaat uit een verticale en een horizontale balk. De verticale balk kan worden gezien als ons leven met God, terwijl de horizontale balk onze relaties met andere mensen uitbeeldt. Daarbij is de volgorde van belang: de verticale balk draagt de horizontale. Alleen wanneer onze relatie met God de fundering vormt, kunnen wij menselijke relaties aangaan zonder dat deze de macht krijgen om onze identiteit te bepalen.
Veel christenen bouwen precies andersom. Zij baseren hun geestelijke zekerheid op een voorganger, partner, mentor, kerkelijke gemeenschap of andere belangrijke relatie. Zolang die persoon hen bevestigt, lijkt ook hun geloof sterk te staan. Maar zodra die mens faalt, vertrekt, hen teleurstelt of zelfs verraadt, stort niet alleen de relatie in; ook hun beeld van God en zichzelf begint te wankelen. Zij hebben een horizontale relatie belast met een gewicht dat alleen de verticale relatie met God kan dragen.
Geen enkele menselijke relatie is sterk genoeg om je uiteindelijke bron van goedkeuring te zijn. Zelfs goede mensen zijn beperkt, kunnen verkeerde conclusies trekken en zullen soms tekortschieten. Wanneer wij hun oordeel boven dat van God plaatsen, maken wij hen feitelijk tot rechter over onze waarde. Dat is niet alleen ongezond voor onszelf, maar ook oneerlijk tegenover degene van wie wij voortdurend bevestiging verwachten. Een mens kan nooit volledig geven wat alleen de Vader kan geven.
Dat betekent niet dat menselijke waardering onbelangrijk is of dat gezonde relaties geen bevestiging mogen bieden. Een kind heeft de warme goedkeuring van vader en moeder nodig en binnen volwassen relaties is oprechte waardering kostbaar. Maar menselijke goedkeuring kan pas op een gezonde manier worden ontvangen wanneer zij niet langer onze levensvoorwaarde is. Wie diep vanbinnen weet dat hij door God is aangenomen, kan dankbaar zijn voor menselijke waardering zonder eraan verslaafd te raken en kan kritiek onderzoeken zonder erdoor vernietigd te worden.
Goedgekeurd in Christus
De kern van het evangelie is niet dat God ons uiteindelijk goedkeurt wanneer wij ons voldoende hebben verbeterd. Wij worden door God aangenomen omdat wij door geloof in Christus zijn. Wanneer God naar iemand kijkt die in Christus is, ziet Hij die persoon niet los van Zijn Zoon. De rechtvaardigheid, aanvaarding en positie van Jezus worden door genade aan de gelovige toegerekend.
Dat betekent dat je Gods goedkeuring nooit kunt vergroten door harder te werken. Je kunt evenmin méér aangenomen worden door langer te bidden, vaker te vasten, meer geld te geven of een grotere bediening op te bouwen. Al deze dingen kunnen waardevolle vruchten van geloof en gehoorzaamheid zijn, maar zij vormen nooit de grond van Gods aanvaarding. Wie probeert Gods goedkeuring met geestelijke prestaties te verdienen, verwart de vrucht met de wortel. Hij leeft alsof het kruis slechts een eerste aanbetaling was en hij de rest van de prijs zelf nog moet voldoen.
Juist mensen die actief zijn in kerk of bediening kunnen in deze val terechtkomen. Zij bidden, dienen, organiseren, spreken en zorgen voor anderen, maar onder al die activiteit leeft een onuitgesproken vraag: ‘Vindt God mij nu goed genoeg?’ Wanneer resultaten tegenvallen, voelen zij zich mislukt; wanneer resultaten toenemen, ontlenen zij daaraan hun waarde. Hun dienst aan God wordt zo ongemerkt een poging om door Hem bevestigd te worden. Dat leidt uiteindelijk tot uitputting, vergelijking en angst voor falen.
Jezus leefde vanuit een volkomen andere positie. Voordat Hij Zijn openbare bediening begon en voordat Hij een wonder had verricht, klonk bij Zijn doop de stem van de Vader: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.’ Jezus werkte niet om de goedkeuring van Zijn Vader te verkrijgen; Hij werkte vanuit de goedkeuring die Hij al bezat. Datzelfde beginsel geldt voor ons. Wij dienen God niet om aangenomen te worden, maar omdat wij in Christus aangenomen zijn.
Geen gerepareerde versie van de oude mens
Om goedgekeurd te zijn in Christus moet iemand werkelijk in Christus komen. Dat gebeurt niet door menselijke inspanning, karakterverbetering of religieuze discipline, maar door een soeverein werk van God. Paulus beschrijft dit als een nieuwe schepping:
“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God.”
God maakt van de oude mens geen iets nettere, religieuzere uitvoering. De nieuwe schepping is geen verbouwing waarbij enkele slechte onderdelen worden vervangen en de rest intact blijft. Het oude is in Gods oordeel aan het kruis gebracht en in Christus ontstaat iets dat er eerder niet was. Deze nieuwe werkelijkheid komt volledig uit God. Er is niets in de nieuwe schepping dat wij door eigen talent, afkomst of wilskracht hebben geproduceerd.
Dat is belangrijk, omdat veel christenen nog altijd proberen hun oude identiteit acceptabel te maken. Zij poetsen hun gedrag op, leren christelijke taal gebruiken en proberen bepaalde zwakheden beter te verbergen, maar blijven zichzelf ten diepste zien als dezelfde veroordeelde en mislukte persoon. Hun geloof heeft wel hun toekomstverwachting veranderd, maar nog niet hun zelfbeeld. Zij hopen later naar de hemel te gaan, terwijl zij vandaag blijven wonen in een identiteit die God aan het kruis heeft veroordeeld.
Paulus zegt niet dat het oude langzaam minder belangrijk wordt. Hij zegt dat het oude voorbijgegaan is. Dat betekent niet dat alle oude gewoonten, herinneringen en verleidingen onmiddellijk verdwenen zijn, maar wel dat zij niet langer het recht hebben jouw identiteit te bepalen. God spreekt over jou vanuit de nieuwe schepping, terwijl jij misschien nog voortdurend terugkijkt naar wat je vroeger was. Zolang je het verleden meer gezag geeft dan Gods Woord, blijf je leven alsof de gevangenisdeur gesloten is terwijl Christus haar al heeft geopend.
Gods antwoord op de oude mens
De oude, gevallen natuur is volgens de Schrift door zonde bedorven. Wat corrupt is, kan niet duurzaam worden hersteld door opleiding, goede voornemens of strengere regels. God probeert de oude mens daarom niet te rehabiliteren. Zijn oplossing is veel radicaler: de oude mens is met Christus gekruisigd.
“Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.”
Deze terechtstelling vond niet vandaag plaats en hoeft ook niet telkens opnieuw uitgevoerd te worden. Toen Jezus stierf, werd onze oude mens in Hem aan het kruis gebracht. Dat is een objectief feit van Gods verlossingswerk, maar het moet door geloof persoonlijk worden toegepast. Paulus zegt daarom enkele verzen later dat wij onszelf voor de zonde dood moeten rekenen, maar voor God levend in Christus Jezus.
Jezelf dood rekenen voor de zonde betekent niet dat je doet alsof verleiding niet meer bestaat. Het betekent dat je Gods oordeel over je oude natuur aanvaardt en haar niet langer beschouwt als de ware definitie van wie je bent. Wanneer een oude reactie opkomt, hoef je niet te zeggen: ‘Zo ben ik nu eenmaal.’ Je mag zeggen: ‘Dit behoort tot de oude mens en die heeft aan het kruis zijn vonnis ontvangen.’ Vervolgens stel je jezelf bewust beschikbaar aan God om vanuit de nieuwe schepping te handelen.
Daar ligt een belangrijk verschil tussen christelijke identiteit en oppervlakkige zelfverbetering. Zelfverbetering probeert de oude persoon sterker, succesvoller of acceptabeler te maken. Het evangelie verklaart dat de oude mens met Christus gestorven is en dat wij in Hem een nieuw leven ontvangen. God vraagt je niet om de beste mogelijke versie van je oude zelf te worden. Hij roept je op om te leven vanuit Christus, Die in jou woont.
De dubbele identificatie aan het kruis
Het verlossingswerk van Jezus kan worden samengevat met het woord ‘identificatie’. Aan het kruis identificeerde Jezus Zich volledig met ons in onze verloren toestand. Hij nam onze schuld op Zich, droeg onze straf en stierf onze dood, hoewel Hij Zelf zonder zonde was. Dat was Gods beweging naar ons toe en zonder die eerste identificatie zou er voor ons geen redding mogelijk zijn.
Onze reactie is dat wij ons door geloof met Jezus identificeren. Wij zeggen niet alleen dat Jezus voor mensen in het algemeen is gestorven, maar erkennen dat Zijn dood ook onze dood was. Paulus verwoordt dat zeer persoonlijk:
“Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.”
Deze uitspraak beschrijft geen religieuze zelfvernietiging waarbij persoonlijkheid en individualiteit verdwijnen. Paulus bleef na zijn bekering herkenbaar Paulus, met zijn achtergrond, denkvermogen, temperament en roeping. Wat eindigde, was zijn oude onafhankelijke leven waarin hij zelf de bron, norm en bestuurder was. In plaats daarvan werd Christus het centrum en de kracht van zijn bestaan.
De woorden ‘niet meer ik, maar Christus’ betekenen daarom niet dat jouw persoonlijkheid onbelangrijk wordt. Ze betekenen dat je niet langer vanuit het oude, autonome ik hoeft te leven. Je ontvangt een nieuwe bron: Christus in jou. Daardoor hoeft jouw geloof niet uitsluitend te rusten op de kracht van jouw karakter. De Zoon van God, Die jou heeft liefgehad en Zich voor jou heeft overgegeven, wil Zijn leven door jou heen zichtbaar maken.
Begraven, opgewekt en met Christus verhoogd
De identificatie met Christus stopt niet bij Zijn dood. In de waterdoop wordt de gelovige zichtbaar en publiekelijk met Zijn begrafenis verbonden. De doop is daarom meer dan een symbolische ceremonie of een formele stap om bij een gemeente te horen. Zij verkondigt dat het oude leven onder Gods oordeel is gekomen en wordt achtergelaten in het graf.
“Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen.”
Wie met Christus verbonden is in Zijn dood en begrafenis, mag zich ook met Hem identificeren in alles wat daarop volgde. Paulus schrijft in Efeze 2 dat God ons samen met Christus levend heeft gemaakt, samen met Hem heeft opgewekt en ons samen met Hem een plaats heeft gegeven in de hemelse gewesten. Onze positie in Christus is dus niet die van iemand die nog buiten de deur staat en probeert binnen te komen. Wij zijn door genade binnengebracht en delen geestelijk in Zijn opstandingsleven en overwinning.
Dat verandert de manier waarop wij naar onszelf kijken. Wij zijn niet slechts vergeven mislukkelingen die zich zo goed mogelijk door het leven slepen. In Christus zijn wij mensen die uit de dood tot leven zijn gebracht en onder een nieuw gezag staan. Onze omstandigheden kunnen nog moeilijk zijn en ons karakter moet nog gevormd worden, maar onze positie is reeds veranderd. Groei begint niet met proberen een nieuwe identiteit te bereiken; groei begint met leren leven vanuit de identiteit die God heeft gegeven.
Waarom menselijke goedkeuring zoveel macht krijgt
Veel mensen hebben in hun jeugd onvoldoende bevestiging ontvangen. Vooral het ontbreken van warme, oprechte goedkeuring van een vader kan een diep gat achterlaten. Later proberen zij dat gemis onbewust op andere plaatsen op te vullen: bij een partner, werkgever, voorganger, publiek of gemeenschap. Iedere vorm van waardering geeft tijdelijk verlichting, maar kritiek of afstand haalt de oude wond direct weer open.
Wij kunnen niet teruggaan en onze jeugd herschrijven. Niemand kan garanderen dat alle mensen die ons hadden moeten liefhebben alsnog hun verantwoordelijkheid erkennen. Het evangelie biedt echter geen goedkope ontkenning van dat verlies, maar een nieuwe en hogere bron van goedkeuring. Wat een menselijke vader niet gaf, kan God de Vader op een veel fundamenteler niveau herstellen door ons in Zijn Zoon aan te nemen.
Dat herstel vraagt dat wij bewust stoppen met het opeisen van goddelijke zekerheid bij menselijke bronnen. Een partner kan van je houden, maar kan niet de stem van de Vader vervangen. Een geestelijk leider kan je roeping bevestigen, maar kan niet bepalen of God je heeft aangenomen. Een publiek kan applaudisseren en een week later verdwijnen. Wie zijn identiteit aan zulke wisselende reacties vastmaakt, bouwt zijn huis op bewegende grond.
Wanneer Gods goedkeuring de fundering wordt, veranderen menselijke relaties van karakter. Je hoeft anderen niet langer te manipuleren om bevestiging te krijgen en je hoeft jezelf niet meer te verloochenen om hun goedkeuring vast te houden. Je kunt liefde ontvangen zonder haar af te dwingen, grenzen stellen zonder direct in paniek te raken en een meningsverschil verdragen zonder je hele identiteit ter discussie te stellen. De verticale relatie begint daadwerkelijk de horizontale relaties te dragen.
Gehoorzaamheid als vrucht, niet als betaalmiddel
Goedgekeurd zijn in Christus betekent niet dat gehoorzaamheid onbelangrijk wordt. Integendeel: Jezus zegt dat wij in Zijn liefde blijven wanneer wij Zijn geboden bewaren. Maar de volgorde blijft essentieel. Wij gehoorzamen niet om Zijn liefde en goedkeuring te verdienen; wij gehoorzamen omdat wij in Zijn liefde zijn opgenomen en bij Hem willen blijven.
“Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; blijf in Mijn liefde. Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven.”
Gehoorzaamheid is de praktische manier waarop onze verbondenheid met Christus zichtbaar blijft. Daarbij maakt God niet alleen onderscheid op basis van grote, indrukwekkende opdrachten. Trouw in kleine dingen is voor Hem net zo werkelijk als gehoorzaamheid in grote zaken. Mensen die dromen van een belangrijke roeping, maar herhaaldelijk weigeren te doen wat God vandaag van hen vraagt, begrijpen Zijn weg niet.
Wij weten bovendien vaak niet welke beslissing later belangrijk zal blijken te zijn. Een ogenschijnlijk kleine daad van gehoorzaamheid kan de richting van een heel leven veranderen, terwijl iets waaraan wij enorm veel gewicht gaven uiteindelijk slechts tijdelijk blijkt. Daarom is de juiste vraag niet voortdurend: ‘Is dit groot genoeg om serieus te nemen?’ De juiste vraag is: ‘Heeft God dit van mij gevraagd?’ Gehoorzaamheid wordt niet gemeten aan de zichtbaarheid van de taak, maar aan onze reactie op Zijn stem.
Van prestatiedrang naar zekerheid
Het verschil tussen dienen vóór goedkeuring en dienen vánuit goedkeuring lijkt klein, maar is in werkelijkheid enorm. In beide gevallen kan iemand hard werken, bidden, geven en verantwoordelijkheid dragen. Aan de buitenkant kan hetzelfde gedrag zichtbaar zijn, terwijl de innerlijke bron volledig verschilt. De ene persoon probeert door zijn dienst te bewijzen dat hij waardevol is; de andere dient omdat zijn waarde in Christus al vaststaat.
Wie voor goedkeuring werkt, raakt snel bedreigd door het succes van anderen. De bediening van een ander lijkt dan bewijs dat er voor hem minder plaats is. Kritiek wordt ervaren als afwijzing van de hele persoon en falen wordt bijna ondraaglijk, omdat niet alleen het werk maar ook de identiteit op het spel staat. Zelfs geestelijke activiteit kan onder zulke omstandigheden gedreven worden door angst en vergelijking.
Wie vanuit Gods goedkeuring dient, kan vrijer omgaan met zowel succes als teleurstelling. Hij hoeft niet te doen alsof fouten onbelangrijk zijn, maar weet dat een fout zijn positie als kind van God niet opheft. Hij kan zich bekeren zonder in zelfveroordeling te verdwijnen en leren zonder zijn waardigheid te verliezen. Ook kan hij de gaven van anderen vieren, omdat Gods liefde geen schaars artikel is waarvoor kinderen onderling moeten concurreren.
Deze zekerheid maakt iemand niet passief. Genade is geen excuus om ongehoorzaam of gemakzuchtig te worden. Integendeel: wie werkelijk begrijpt hoeveel hem in Christus is gegeven, krijgt een diepere motivatie om God te dienen. Niet de zweep van afwijzing, maar de kracht van dankbaarheid brengt hem in beweging.
Leven vanuit wat God al heeft uitgesproken
Misschien blijf je jezelf nog beoordelen op basis van je verleden. Je ziet de fouten, gemiste kansen en jaren waarin je verkeerde keuzes maakte, en concludeert dat God je hoogstens met tegenzin kan gebruiken. Maar wanneer je in Christus bent, heeft God een nieuwe werkelijkheid uitgesproken. Het oude is voorbijgegaan, alles is nieuw geworden en het nieuwe komt volledig uit Hem.
Dat vraagt om een bewuste verandering van denken. Je hoeft je verleden niet te ontkennen, maar je mag weigeren het als hoogste rechtbank te blijven erkennen. De beslissende vraag is niet wie je zonder Christus was, maar wie God verklaart dat je nu in Christus bent. Je bent niet langer alleen degene die gefaald heeft, werd afgewezen of zich jarenlang probeerde te bewijzen. Je bent iemand die met Christus gekruisigd, begraven, opgewekt en in een nieuw leven geplaatst is.
Wanneer de oude aanklacht terugkeert, hoef je daar niet eindeloos mee te onderhandelen. Je kunt antwoorden met Gods Woord: ‘Mijn oude mens is met Christus gekruisigd. Ik ben in Hem een nieuwe schepping. Mijn aanvaarding rust niet op mijn prestaties, maar op Zijn volbrachte werk.’ Dat is geen psychologische truc en ook geen poging om feiten weg te drukken. Het is geloof dat Gods oordeel boven iedere andere stem plaatst.
Vanuit die positie kun je ook eerlijk naar gebieden kijken die nog moeten veranderen. Je hoeft zwakheden niet te verbergen om je goedkeuring veilig te stellen, want die goedkeuring is al in Christus gefundeerd. Juist zekerheid maakt echte bekering mogelijk. Wie weet dat hij geliefd is, kan het licht toelaten zonder voortdurend bang te zijn dat de Vader hem bij de eerste confrontatie zal wegsturen.
Een gebed om Gods goedkeuring te ontvangen
Vader, ik erken dat ik mijn waarde en zekerheid vaak heb gezocht in de goedkeuring van mensen. Ik heb mij aangepast uit angst voor afwijzing, geprobeerd mijzelf te bewijzen en geestelijke prestaties gebruikt om mij aanvaardbaar te voelen. Vergeef mij dat ik het oordeel van mensen soms zwaarder heb laten wegen dan wat U in Uw Woord over mij zegt. Vandaag kies ik ervoor mijn identiteit niet langer te bouwen op menselijke waardering, prestaties of mijn verleden.
Dank U dat Jezus Zich aan het kruis volledig met mij heeft geïdentificeerd. Hij droeg mijn schuld, betaalde mijn straf en stierf mijn dood. Door geloof identificeer ik mij met Hem en verklaar ik dat mijn oude mens met Christus is gekruisigd. Ik aanvaard dat het oude voorbijgegaan is en dat ik in Christus een nieuwe schepping ben, volledig voortgekomen uit Uw genade.
Dank U dat ik in Christus ben aangenomen en dat Uw goedkeuring van Uw Zoon ook mijn veilige plaats geworden is. Ik hoef niet langer voor Uw liefde te werken, maar mag U dienen vanuit de liefde die U al hebt gegeven. Bevrijd mij van prestatiedrang, mensenvrees, vergelijking en iedere behoefte om mij voortdurend te bewijzen. Leer mij gehoorzaam te zijn in kleine en grote dingen, niet om mijn plaats te verdienen, maar omdat ik bij U hoor.
Heilige Geest, vernieuw mijn denken en leer mij leven vanuit mijn nieuwe identiteit. Laat Christus steeds meer zichtbaar worden in mijn woorden, keuzes en relaties. Help mij menselijke waardering dankbaar te ontvangen zonder ervan afhankelijk te worden en kritiek te onderzoeken zonder terug te vallen in afwijzing. Ik ben niet langer afgekeurd; ik ben in Christus aangenomen. In de naam van Jezus. Amen.
Je werkt niet langer voor een plaats die je al hebt ontvangen
De bevrijdende kern van het evangelie is eenvoudig, maar radicaal: je hoeft niet te werken om in Christus een plaats te verdienen. Die plaats wordt je door genade gegeven wanneer je jezelf aan Hem toevertrouwt. Vanuit die verbondenheid begint een nieuw leven waarin gehoorzaamheid, heiliging en dienstbaarheid geen middelen zijn om God gunstig te stemmen, maar antwoorden op Zijn liefde.
Je zult nog steeds mensen ontmoeten die je verkeerd begrijpen of jouw keuzes niet goedkeuren. Ook zul je momenten kennen waarop je tekortschiet en correctie nodig hebt. Maar geen van die gebeurtenissen hoeft nog het fundament onder je identiteit weg te slaan. Wanneer de verticale relatie met God vaststaat, kunnen de horizontale relaties bewegen zonder dat jij volledig instort.
Jezus werkte niet om de goedkeuring van Zijn Vader te verdienen. Hij werkte omdat Hij wist dat Hij de geliefde Zoon was. Dat is ook de weg die voor jou openligt: niet dienen als een afgewezen mens die wanhopig probeert binnen te komen, maar leven als iemand die in Christus al is aangenomen. Gods goedkeuring is niet de prijs aan het einde van je prestatie. Zij is het vertrekpunt van je nieuwe leven.

