Wat kan genezing in de weg staan?
Onderwijsbibliotheek

Lichamelijke genezing · 17 min

Wat kan genezing in de weg staan?

Mogelijke belemmeringen onderzoeken zonder zieken te veroordelen of Gods soevereiniteit uit het oog te verliezen

Wanneer iemand ziek is en verlangt naar genezing, ligt de aandacht vanzelfsprekend op de ziekte. We willen weten wat er lichamelijk aan de hand is, welke behandeling mogelijk is en wanneer herstel kan worden verwacht. Dat zijn belangrijke en legitieme vragen. Toch laat de Bijbel zien dat genezing soms ook een geestelijke voorbereiding vraagt, omdat er innerlijke of geestelijke belemmeringen kunnen bestaan die eerst onder ogen moeten worden gezien.

Derek Prince vergelijkt dit met iemand die in een ziekenhuis een operatie moet ondergaan. Zo’n patiënt wordt doorgaans niet rechtstreeks vanaf de voordeur naar de operatiekamer gereden. Eerst vinden onderzoeken en voorbereidingen plaats, zodat duidelijk wordt wat nodig is en het lichaam gereed is voor de ingreep. Ook bij gebed om genezing kan voorbereiding nodig zijn, niet omdat God onwillig is, maar omdat wij soms dingen vasthouden die het ontvangen van Zijn voorziening belemmeren.

Dat betekent nadrukkelijk niet dat iedere zieke zelf verantwoordelijk is voor zijn ziekte of dat het uitblijven van genezing automatisch op ongeloof wijst. De Bijbel geeft daar geen grond voor. Jezus waarschuwde Zijn discipelen in Johannes 9 juist tegen de snelle conclusie dat de blindheid van een man veroorzaakt moest zijn door diens persoonlijke zonde of die van zijn ouders. Wie iedere ziekte direct tot een geestelijk falen van de zieke verklaart, voegt schuld en schaamte toe aan iemand die al lijdt.

Toch is het andere uiterste evenmin wijs. Uit angst om iemand te kwetsen kunnen we weigeren iedere mogelijke belemmering te onderzoeken. Daarmee beschermen we misschien tijdelijk gevoelens, maar laten we mogelijk ook een deur gesloten die God wil openen. De juiste houding is daarom niet beschuldiging, maar eerlijk en nederig zelfonderzoek onder leiding van de Heilige Geest.

God bepaalt de manier en het moment

Een van de eerste lessen is dat God soeverein blijft. Wij kunnen Hem niet bedienen als een automaat waarin wij de juiste hoeveelheid gebed, geloof of Bijbelteksten stoppen om vervolgens het gewenste resultaat te ontvangen. God laat Zich niet beheersen door een methode. Hij handelt vanuit Zijn wijsheid, op Zijn tijd en op de manier die Hij kiest.

In de evangeliën zien we dat Jezus op uiteenlopende manieren genas. Hij legde mensen de handen op, sprak een bevel, genas op afstand, gebruikte speeksel en aarde en liet iemand zich wassen in het badwater van Siloam. Sommige mensen werden onmiddellijk genezen, bij anderen verliep het proces in fasen. Een vrouw raakte de zoom van Zijn kleed aan, terwijl vier mannen een dak openbraken om hun verlamde vriend bij Hem te brengen.

Jezus genas bovendien vaak op tijden en plaatsen die Hij Zelf koos. Grote groepen mensen volgden Hem soms over aanzienlijke afstanden. In Mattheüs 15 kwamen mensen met zieken een berg op en bleven drie dagen bij Hem. Hun volharding genas hen niet als verdienste, maar liet wel zien dat zij vastbesloten waren Jezus te zoeken en niet bij de eerste moeilijkheid afhaakten.

Ook vandaag kan God verschillende wegen gebruiken. Iemand kan genezing ontvangen door persoonlijk gebed, handoplegging, zalving met olie, een gave van genezing, het lezen van Gods Woord, medische behandeling of een combinatie daarvan. Wij mogen God om een wonder vragen, maar Hem niet voorschrijven hoe dat wonder eruit moet zien. Geloof probeert de Heilige Geest niet te gebruiken; geloof geeft zich aan Hem over en werkt met Hem mee.

Niet alles is ons geopenbaard

Derek Prince erkende openlijk dat toegewijde en gelovige christenen soms niet genezen, zonder dat daarvoor een duidelijke verklaring gevonden wordt. Hij wees daarbij op Deuteronomium 29:29:

De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen, tot in eeuwigheid.
Deuteronomium 29:29

Er bestaan geopenbaarde dingen die wij mogen onderwijzen en toepassen. God heeft Zich bekendgemaakt als Heelmeester, Jezus genas zieken en het kruis bevat voorziening voor de volledige mens. Daarnaast bestaan er verborgen dingen die God niet altijd uitlegt. Waarom de ene persoon onmiddellijk herstelt en de andere na jarenlang gebed nog ziek is, behoort soms tot dat gebied.

Geestelijke volwassenheid vereist dat wij beide werkelijkheden respecteren. We mogen wat verborgen is niet gebruiken om te ontkennen wat God heeft geopenbaard. Tegelijkertijd mogen we onze interpretatie van het geopenbaarde niet gebruiken om te doen alsof wij ieder persoonlijk geval kunnen verklaren. Wie beweert altijd precies te weten waarom iemand niet geneest, neemt een plaats in die God hem niet heeft gegeven.

Gods soevereiniteit is geen excuus voor passiviteit, maar beschermt ons tegen geestelijke hoogmoed. Wij onderzoeken wat onderzocht kan worden, gehoorzamen aan wat God laat zien en blijven bidden. Waar geen verklaring komt, laten wij het oordeel bij Hem en blijven wij naast de zieke staan. Liefde hoeft geen sluitende theorie te hebben om trouw te blijven.

De eerste belemmering: ongeloof

De eerste veelvoorkomende belemmering die Derek noemt, is ongeloof. Daarmee bedoelt hij niet ieder moment van twijfel, iedere vraag of iedere emotionele worsteling. De vader van een gekwelde jongen riep tegen Jezus: ‘Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.’ Jezus wees hem niet af, maar kwam hem tegemoet. Eerlijk beleden zwakheid is iets anders dan een hart dat zich bewust afsluit voor Gods Woord.

Hebreeën waarschuwt voor een ‘boos, ongelovig hart’ dat zich van de levende God afkeert. Ongeloof wordt daar niet voorgesteld als een intellectueel probleem waarvoor niemand verantwoordelijk is, maar als een innerlijke houding die uiteindelijk tot verharding kan leiden. Het gevaar ontstaat wanneer wij onze teleurstellingen, tradities of conclusies meer gezag geven dan wat God over Zichzelf heeft gezegd.

Toch hoeft iemand die weinig geloof ervaart niet in wanhoop te blijven. Romeinen 10:17 zegt dat geloof komt door het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Geloof is dus niet uitsluitend een karaktereigenschap die sommige mensen toevallig bezitten. God kan het in ons voortbrengen wanneer wij aandachtig naar Zijn Woord luisteren en de Heilige Geest dat Woord persoonlijk levend maakt.

Derek ontdekte dit tijdens zijn jaar in militaire ziekenhuizen. Hij dacht aanvankelijk dat God hem zou genezen als hij geloof had, waarna hij onmiddellijk concludeerde dat hij dat geloof niet bezat. De woorden ‘geloof komt’ veranderden zijn perspectief. Hij begon systematisch de Bijbel te onderzoeken en markeerde alles wat betrekking had op genezing, gezondheid, lichamelijke kracht en lang leven. Zo werd zijn denken niet door wensdenken, maar door een steeds bredere kennis van Gods Woord vernieuwd.

Wie geloof voor genezing wil ontvangen, moet daarom serieus kijken naar wat hij dagelijks voedt. Urenlang luisteren naar angst, cynisme en negatieve verwachtingen en vervolgens enkele minuten proberen te geloven, levert innerlijke verdeeldheid op. Dit is geen oproep om feiten of medische informatie te negeren, maar om Gods Woord bewust voldoende ruimte te geven. Wie een oogst van geloof verlangt, zal ook in het zaad van het Woord moeten investeren.

De tweede belemmering: onvergevingsgezindheid

Een volgende veelvoorkomende belemmering is onvergevingsgezindheid. Jezus zei:

En wanneer u staat te bidden, vergeef als u tegen iemand iets hebt, opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, u uw overtredingen vergeeft.
Markus 11:25

De formulering is breed: wanneer je iets tegen iemand hebt, moet je vergeven. Jezus zegt niet dat de ander eerst berouw moet tonen, excuses moet aanbieden of de schade moet herstellen. Dat kan nodig zijn voor verzoening en herstel van vertrouwen, maar vergeving begint met een beslissing die wij zelf voor God nemen.

Onvergevingsgezindheid kan worden vergeleken met een stapel schuldbewijzen die wij tegen iemand bewaren. Die persoon was ons liefde, trouw, bescherming, respect of eerlijkheid verschuldigd en heeft die schuld werkelijk niet betaald. Vergeven betekent niet dat de schuld denkbeeldig was. Het betekent dat wij het persoonlijke recht om betaling af te dwingen aan God overdragen.

Dat onderscheid is belangrijk bij ernstig onrecht, misbruik of geweld. Vergeving vereist niet dat wij opnieuw een onveilige relatie binnengaan, juridische stappen achterwege laten of doen alsof vertrouwen automatisch is hersteld. Grenzen en rechtvaardige consequenties kunnen noodzakelijk blijven. Vergeving betekent dat wij weigeren haat en persoonlijke vergelding het gezag over ons hart te geven.

Derek vertelt over een man met rugklachten voor wie hij wilde bidden. Vlak voordat hij dat deed, kreeg hij de indruk dat hij moest vragen of de man iemand moest vergeven. De man noemde een verzekeringsmaatschappij die zijn schadeclaim had afgewezen en moest zichtbaar worstelen voordat hij bereid was die schuld los te laten. Toen hij uiteindelijk hardop verklaarde dat hij de verzekeringsmaatschappij vergaf, ervoer hij volgens Derek direct Gods kracht en verdween zijn klacht zonder dat er nog afzonderlijk voor zijn rug was gebeden.

Niet ieder lichamelijk probleem zal op die manier met onvergevingsgezindheid verbonden zijn. Toch is het wijs om vóór gebed om genezing eerlijk te vragen of er nog iemand in ons hart wordt vastgehouden. Bitterheid beschadigt niet alleen relaties, maar houdt ook onze eigen innerlijke mens gevangen. Vergeving verandert het verleden niet, maar kan wel verhinderen dat het verleden onze toekomst blijft vergiftigen.

De derde belemmering: occulte betrokkenheid

De Bijbel maakt een scherp onderscheid tussen de bovennatuurlijke kracht van God en geestelijke macht die buiten Hem wordt gezocht. Occulte praktijken beloven kennis, invloed, bescherming of contact met de geestelijke wereld, maar brengen mensen op terrein dat God nadrukkelijk verboden heeft. Voorbeelden zijn waarzeggerij, spiritisme, het raadplegen van mediums, tarot, astrologie, bezweringen, magie en pogingen om via rituelen of geestelijke gidsen bovennatuurlijke macht te verkrijgen.

In Exodus 23 gaf God Israël de opdracht iedere verbinding met de afgoden van Kanaän te verbreken. Direct daarna beloofde Hij hun brood en water te zegenen, ziekte uit hun midden weg te nemen en hun dagen te vervullen. Derek ziet hierin een verband tussen het verbreken van occulte verbindingen en het vrij ontvangen van Gods zegen. Wij kunnen niet met de ene hand naar God reiken terwijl wij met de andere vasthouden aan bronnen die Zijn gezag verwerpen.

Soms is occulte betrokkenheid duidelijk en bewust. Iemand heeft een medium bezocht, tarotkaarten gebruikt of deelgenomen aan rituelen. In andere gevallen werd iets als onschuldig vermaak, alternatieve spiritualiteit of familietraditie gepresenteerd. Niet alles wat onbekend of niet-christelijk is, moet onmiddellijk occult worden genoemd; een onverantwoorde etikettenplakkerij veroorzaakt angst en verwarring. De wezenlijke vraag is of iemand geestelijke leiding, kennis, bescherming of kracht heeft gezocht bij een bron die niet onder het gezag van Jezus Christus staat.

Wanneer dat het geval is, vraagt vrijheid om een duidelijke breuk. De betrokkenheid moet eerlijk aan God worden beleden, de praktijk bewust worden afgewezen en relevante voorwerpen of materialen moeten worden verwijderd wanneer die nog steeds een geestelijke verbinding vertegenwoordigen. Het gaat niet om bijgeloof waarbij ieder vreemd object verdacht wordt. Het gaat om een concrete keuze dat alleen Jezus Heer is en dat wij iedere andere geestelijke aanspraak op ons leven verwerpen.

De vierde belemmering: een vloek

Derek besteedde veel onderwijs aan de werking van zegen en vloek. In de Bijbel zijn dit geen lege uitdrukkingen, maar geestelijke krachten die een leven, familie of gemeenschap kunnen beïnvloeden. Een vloek kan volgens hem voortkomen uit afgoderij, occultisme, onrecht, uitgesproken woorden, verbondsbreuk of andere vormen van ongehoorzaamheid. Soms lijken destructieve patronen zich door verschillende generaties heen te herhalen.

Daarbij is grote zorgvuldigheid nodig. Een erfelijke aandoening, psychische kwetsbaarheid, miskraam, ongeval of relatiebreuk bewijst op zichzelf niet dat iemand onder een vloek staat. Daarvoor kunnen medische, psychologische, sociale en relationele verklaringen bestaan die serieus onderzocht moeten worden. Wie ieder patroon onmiddellijk vergeestelijkt, kan mensen angst aanpraten en passende hulp in de weg staan.

Derek sprak daarom over mogelijke aanwijzingen en niet over een automatische diagnose. Hij lette vooral op een combinatie van terugkerende patronen binnen een familie, zoals chronische ziekte zonder duidelijke verklaring, herhaald verlies, voortdurende relationele ontwrichting, opvallende ongelukken of een geschiedenis van onnatuurlijke sterfgevallen. Zulke patronen kunnen aanleiding zijn om God om onderscheidingsvermogen te vragen, maar nooit om lichtvaardig een definitief geestelijk oordeel uit te spreken.

De boodschap van het evangelie blijft bovendien dat een vloek niet het laatste woord heeft. Paulus schrijft:

Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen.
Galaten 3:13-14

Aan het kruis kwam de vloek die vanwege onze zonde op ons rustte op Jezus, zodat wij door geloof Gods zegen kunnen ontvangen. Wie vermoedt dat een vloek zijn leven beïnvloedt, hoeft daarom niet in angst naar steeds nieuwe verborgen oorzaken te zoeken. De juiste richting is naar het kruis: zonde belijden, occulte banden verbreken, anderen vergeven en het volbrachte werk van Christus persoonlijk aanvaarden.

De vijfde belemmering: demonische gebondenheid

De evangeliën laten zien dat ziekte en demonische invloed in sommige gevallen met elkaar verbonden waren. Lukas beschrijft een vrouw die achttien jaar kromgebogen was en zich niet kon oprichten. Jezus sprak over haar als iemand die door satan gebonden was en bevrijdde haar van een geest van zwakheid. Ook tijdens andere genezingssamenkomsten kwamen volgens het Nieuwe Testament boze geesten uit mensen terwijl Jezus zieken genas.

Daaruit volgt echter niet dat iedere lichamelijke aandoening demonisch is. De Bijbel onderscheidt regelmatig tussen zieken en mensen die bevrijding van onreine geesten nodig hadden. Jezus genas sommigen door aanraking of gebed en dreef bij anderen een geest uit. Dat onderscheid moet ook vandaag gerespecteerd worden. Een medische of psychische aandoening mag niet zonder grond tot demonische aanwezigheid worden verklaard.

Wanneer er naast lichamelijke klachten duidelijke aanwijzingen zijn van geestelijke onderdrukking, kan bevrijdingsgebed passend zijn. Dat vraagt geestelijke volwassenheid, Bijbelse kennis en een veilige pastorale omgeving. Het is onverstandig om alleen op basis van symptomen demonen te benoemen of mensen aan intense bevrijdingssessies bloot te stellen. Het doel is niet een spectaculaire manifestatie, maar de vrijheid en waardigheid van de persoon.

Derek benadrukte daarnaast dat emotionele gebondenheden het ontvangen van lichamelijke genezing kunnen bemoeilijken. Afwijzing, langdurig verdriet, depressieve druk en extreme spanning kunnen iemand zo beheersen dat eerst innerlijk herstel nodig is. Soms komt iemand met een lichamelijke nood bij God, terwijl de Heilige Geest eerst een dieper verwond gebied wil aanraken. Dat maakt de lichamelijke klacht niet minder werkelijk, maar laat zien dat God de hele mens ziet en niet slechts één symptoom.

De zesde belemmering: negatieve woorden

Woorden hebben geestelijke en psychologische invloed. Wie voortdurend zegt dat er geen hoop is, dat hij nooit zal herstellen of dat het leven geen betekenis meer heeft, versterkt daarmee de macht van wanhoop. Zulke uitspraken kunnen voortkomen uit echte pijn en mogen niet hard worden veroordeeld. Toch moeten ze uiteindelijk worden tegengesproken door de waarheid van Gods Woord.

Hebreeën noemt Jezus de Hogepriester van onze belijdenis. Belijden betekent dat wij met onze mond instemmen met wat God heeft gezegd. Dat houdt niet in dat we moeten beweren genezen te zijn wanneer onderzoek nog ziekte aantoont. Een Bijbelse belijdenis liegt niet over de huidige toestand, maar weigert de huidige toestand tot hoogste waarheid te verheffen.

Iemand kan eerlijk zeggen: ‘Ik heb nog pijn en ontvang daarvoor behandeling, maar ik geloof dat God mijn Heelmeester is en ik blijf Hem om herstel vragen.’ Dat is geen tegenstelling. Geloof kan de feiten benoemen zonder de hoop eraan uit te leveren. Een verkeerde belijdenis zegt dat verandering onmogelijk is; een juiste belijdenis zegt dat het laatste woord bij God ligt.

Bijzonder ernstig zijn uitspraken waarin iemand de dood begint uit te nodigen: ‘Voor mij hoeft het niet meer’, ‘Ik was liever dood’ of ‘Mijn leven heeft geen zin.’ Zulke woorden moeten niet met een simpele terechtwijzing worden beantwoord, want zij kunnen wijzen op diepe depressie of acuut suïcidegevaar. Dan zijn directe pastorale nabijheid en professionele hulp noodzakelijk. Tegelijkertijd mogen die woorden geestelijk worden herroepen en vervangen door de belijdenis dat het leven van God komt en ons leven Hem toebehoort.

Van krampachtig proberen naar ontvangen

Een laatste belemmering is geestelijke kramp. Mensen kunnen zo hard proberen geloof te hebben dat zij volledig op hun eigen inspanning gericht raken. Zij citeren teksten, analyseren hun gevoelens en controleren voortdurend of er al iets verandert. Wat als geloof begon, verandert ongemerkt in een poging zelf het wonder voort te brengen.

Maar genezing is geen prestatie van de zieke en evenmin van degene die bidt. Alleen God geneest. Wanneer Hij iemand aanraakt, is een passende reactie niet harder proberen, maar ontspannen vertrouwen en dankbaarheid. Derek moedigde mensen aan God direct te danken voor iedere merkbare verandering, zonder Hem te manipuleren of dankbaarheid als methode te gebruiken om meer resultaat af te dwingen.

Dankbaarheid opent ons hart voor wat God doet. Zij verplaatst de aandacht van onze eigen inspanning naar Zijn genade. Dat betekent niet dat wij moeten veinzen dat er verbetering is wanneer die er niet is. We kunnen God danken voor Zijn aanwezigheid, trouw, liefde en beloften, zelfs terwijl we nog wachten op lichamelijk herstel.

Volharding blijft daarbij nodig. Sommige mensen ontvangen onmiddellijk genezing, anderen merken een geleidelijk proces en weer anderen blijven ondanks gebed met ziekte leven. Geen van deze uitkomsten bepaalt hun waarde als christen. Onze identiteit rust in Christus, niet in de snelheid waarmee ons lichaam herstelt.

Hoe je mogelijke belemmeringen onderzoekt

Het doel van zelfonderzoek is niet dat we wanhopig iedere herinnering, voorouder of misstap analyseren. Een eindeloze zoektocht naar verborgen oorzaken kan iemand juist gevangen houden in angst en introspectie. De Heilige Geest overtuigt helder en doelgericht; Hij brengt iets aan het licht zodat het kan worden beleden, losgelaten en onder het kruis gebracht. De aanklager werkt anders: hij produceert vage veroordeling zonder duidelijke uitweg.

Vraag God daarom rustig of er iets is wat jouw aandacht vraagt. Is er iemand die je moet vergeven? Heb je bewust deelgenomen aan een occulte praktijk? Houd je vast aan ongeloof omdat eerdere teleurstelling je hart heeft verhard? Spreek je voortdurend dood en hopeloosheid over jezelf uit? Is er een concreet gebied van ongehoorzaamheid dat je al langere tijd kent maar niet wilt loslaten?

Wanneer God iets aanwijst, reageer dan eenvoudig en concreet. Belijd zonde, vergeef, verbreek een verkeerde verbinding, herroep destructieve woorden en ontvang opnieuw wat Jezus aan het kruis heeft volbracht. Wanneer er niets specifieks naar voren komt, ga dan niet zelf iets verzinnen. Blijf bidden, ontvang medische zorg en vertrouw erop dat God niet van je vraagt een verborgen sleutel te vinden die Hij weigert te laten zien.

Een gebed om belemmeringen los te laten

Vader, ik kom tot U in de naam van Jezus Christus. Ik dank U dat U mij kent en dat ik niets voor U hoef te verbergen. Ik vraag U mij door Uw Heilige Geest te laten zien of er iets in mijn leven is wat Uw werk belemmert. Bewaar mij voor angst, zelfbeschuldiging en ongezonde introspectie, maar geef mij moed om eerlijk te reageren op wat U werkelijk aan het licht brengt.

Ik belijd dat Uw Woord waar is en dat Jezus Christus mijn Heere en Verlosser is. Vergeef mij waar ik ongeloof heb gevoed of mijn teleurstelling meer gezag heb gegeven dan Uw karakter. Laat geloof in mij ontstaan door het horen van Uw Woord. Ik kies ervoor U te vertrouwen, ook waar ik Uw wegen en timing nog niet begrijp.

Door een beslissing van mijn wil vergeef ik iedereen die mij heeft verwond, tekortgedaan of afgewezen. Ik verklaar hun handelen niet goed, maar ik geef mijn persoonlijke recht op vergelding aan U over. Ik leg bitterheid, wrok en haat af en vraag U mijn hart te reinigen. Geef mij daarnaast wijsheid om gezonde grenzen te bewaren en waar nodig recht en veiligheid te zoeken.

Ik doe afstand van iedere vorm van occulte betrokkenheid en van iedere geestelijke macht die ik buiten U heb gezocht. Jezus Christus alleen is mijn Heer. Op grond van Zijn offer aan het kruis verbreek ik mijn overeenstemming met iedere vloek, ieder destructief woord en iedere verkeerde aanspraak op mijn leven. Dank U dat Christus voor mij een vloek werd, zodat ik in Hem de zegen mag ontvangen.

Ik herroep iedere uitspraak van wanhoop en dood die ik over mijn leven heb gedaan. Mijn leven behoort aan U. Ik kies ervoor met mijn mond in te stemmen met Uw Woord, zonder mijn lichamelijke werkelijkheid te ontkennen. U bent mijn Heelmeester en ik stel mijn geest, ziel en lichaam aan U beschikbaar.

Leid mij in de weg waarlangs U genezing en herstel wilt brengen. Geef wijsheid aan artsen, therapeuten, pastorale begeleiders en iedereen die mij helpt. Leer mij ontvangen zonder kramp en danken zonder iets voor te wenden. Ik vertrouw mij toe aan Uw liefde, wijsheid en soevereine kracht. In de naam van Jezus. Amen.

Geen beschuldiging, maar een open deur

Mogelijke belemmeringen onderzoeken is alleen heilzaam wanneer het gebeurt in het licht van het kruis. Buiten het kruis verandert zelfonderzoek snel in een aanklacht: je bent ziek omdat je niet goed genoeg gelooft, onvoldoende hebt vergeven of ergens een verborgen fout hebt gemaakt. Dat is niet de boodschap van het evangelie. Jezus kwam niet om lijdende mensen nog zwaardere lasten op te leggen, maar om hen vrij te maken.

Aan het kruis droeg Hij onze zonde, schuld, vloek, afwijzing en gebrokenheid. Daarom mogen we zonder angst eerlijk worden. Als er werkelijk een belemmering is, heeft God niet alleen het licht om haar zichtbaar te maken, maar ook de genade om haar weg te nemen. Zijn doel is niet vernedering, maar herstel.

En wanneer er na eerlijk gebed geen verklaring komt, hoeven we die niet zelf te fabriceren. De verborgen dingen behoren aan God. Wij blijven vasthouden aan wat Hij wel heeft geopenbaard, zoeken passende hulp en blijven naast elkaar staan. Niet iedere vraag wordt vandaag beantwoord, maar geen enkele zieke hoeft daarom als tweederangschristen te worden behandeld.

God is geen automaat en genezing is geen formule. Hij is een levende, soevereine en liefdevolle Vader. Wij kunnen Hem niet beheersen, maar wij mogen ons wel volledig aan Hem toevertrouwen.

Volgende studie

Besef je wel hoe waardevol je bent?

Lees verder