Wanneer christenen over lichamelijke genezing spreken, komt vroeg of laat één beslissende vraag naar boven: is het werkelijk Gods wil om te genezen? Zolang daarover fundamentele onzekerheid bestaat, wordt het moeilijk om met vertrouwen tot God te naderen. We kunnen Hem dan wel om genezing vragen, maar achter ons gebed blijft de gedachte aanwezig dat ziekte misschien Zijn eigenlijke bedoeling is en dat wij Hem mogelijk vragen iets weg te nemen wat Hij juist heeft gegeven. Geloof en twijfel trekken vervolgens in tegengestelde richtingen, waardoor iemand innerlijk verdeeld raakt.
Derek Prince kende deze strijd uit eigen ervaring. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij ongeveer een jaar in verschillende militaire ziekenhuizen in Noord-Afrika vanwege een ernstige huidaandoening waarvoor artsen destijds geen blijvende oplossing hadden. Hij was inmiddels christen geworden en geloofde dat de Bijbel Gods Woord was, maar daarmee was zijn vraag over genezing nog niet beantwoord. Maandenlang onderzocht hij de Schrift om vast te stellen wat God werkelijk over ziekte, genezing en gezondheid had gezegd. Pas toen hij vanuit Gods Woord overtuigd raakte van Gods wil, ontstond de basis waarop hij persoonlijk genezing kon ontvangen.
Die zoektocht leerde hem dat geloof niet gebouwd kan worden op één ervaring, de teleurstelling van een ander of een losse theologische uitspraak. Het moet rusten op het geopenbaarde karakter van God. Ervaringen verschillen, lichamelijke omstandigheden kunnen ingewikkeld zijn en niet ieder gebed wordt beantwoord op de manier of het moment dat wij verwachten. Maar wanneer we willen weten Wie God is en wat Hij heeft voorzien, moeten we beginnen bij Zijn eigen openbaring in de Schrift.
God maakt Zich bekend als Heelmeester
Kort nadat God Israël uit Egypte had bevrijd, bracht Hij het volk bij Mara, waar het beschikbare water bitter en ondrinkbaar was. Mozes riep tot de HEERE, waarna God hem een stuk hout aanwees dat hij in het water moest werpen. Het water werd zoet en juist op die plaats openbaarde God een nieuwe dimensie van Zijn verbondsnaam:
“Als u aandachtig luistert naar de stem van de HEERE, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, als u Zijn geboden gehoorzaamt en al Zijn verordeningen in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.”
De woorden ‘uw Heelmeester’ vormen in het Hebreeuws de uitdrukking die vaak wordt weergegeven als JHWH Rapha: de HEERE Die geneest. Het betreffende Hebreeuwse woord wordt ook gebruikt voor iemand die geneest of als arts optreedt. God gaf Israël dus niet slechts de belofte dat Hij af en toe een genezingswonder zou verrichten. Hij verbond genezing aan Zijn eigen naam en karakter: ‘Ik ben de HEERE Die jou geneest.’
Dat is van groot belang, omdat Gods verbondsnamen geen tijdelijke functies beschrijven die Hij later weer aflegt. Dezelfde God Die Zich bekendmaakte als de HEERE Die voorziet, heiligt, vrede geeft en als Herder leidt, openbaarde Zich eveneens als de Heelmeester van Zijn volk. God zegt in Maleachi 3:6 dat Hij niet verandert, terwijl Jakobus schrijft dat bij de Vader van de lichten geen verandering of schaduw van omkeer is. Zijn karakter kent geen wisselende stemmingen en Zijn natuur verandert niet met de overgang van het Oude naar het Nieuwe Testament.
Sommige mensen menen dat lichamelijke genezing voornamelijk bij het oude Israël of bij de beginperiode van de christelijke gemeente hoorde. Maar het Nieuwe Testament presenteert geen andere God. Integendeel: in Jezus Christus werd het karakter van de Vader juist volledig zichtbaar. Wie wil weten hoe God tegenover ziekte en lijdende mensen staat, moet daarom vooral kijken naar de bediening van Jezus.
Jezus maakte de wil van de Vader zichtbaar
Jezus verklaarde dat Hij niets uit Zichzelf deed, maar alleen wat Hij de Vader zag doen. Zijn woorden en daden waren geen zelfstandig programma naast de wil van God; zij maakten die wil zichtbaar. Wanneer Jezus zieken genas, liet Hij dus zien hoe de Vader tegenover ziekte en menselijk lijden stond.
De evangeliën beschrijven hoe mensen met zeer uiteenlopende aandoeningen bij Hem kwamen. Sommigen waren blind, doof of verlamd, anderen leden aan melaatsheid, koorts, bloedverlies of langdurige zwakte. Jezus behandelde hen niet als mensen die Hij eerst moest overtuigen van de geestelijke waarde van hun ziekte. Hij ontving hen, legde handen op hen, sprak woorden van gezag en bracht herstel. Mattheüs vat Zijn bediening als volgt samen:
“Hij genas allen die er slecht aan toe waren, opdat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen.”
Dit gedeelte verbindt de genezingsbediening van Jezus rechtstreeks met Jesaja 53 en daarmee met het plaatsvervangende offer van de Messias. Jezus genas niet alleen omdat Hij bewogen was—hoewel de evangeliën Zijn bewogenheid herhaaldelijk benadrukken—maar ook omdat Hij bezig was Gods verlossende voorziening zichtbaar te maken. Dezelfde Dienaar Die onze ongerechtigheden zou dragen, nam ook onze zwakheden en ziekten op Zich.
Nergens lezen we dat Jezus een zieke afwees met de verklaring dat ziekte Gods beste plan voor hem was. Hij maakte soms duidelijk dat een bepaalde situatie tot Gods heerlijkheid zou leiden, maar vervolgens openbaarde die heerlijkheid zich juist in genezing en herstel. Toen een melaatse tegen Hem zei: ‘Heere, als U wilt, kunt U mij reinigen’, corrigeerde Jezus niet zijn verwachting. Hij strekte Zijn hand uit, raakte hem aan en antwoordde: ‘Ik wil het, word gereinigd.’
Daarmee is niet ieder raadsel rond ziekte opgelost. De Schrift erkent dat wij in een gevallen wereld leven, dat ons lichaam sterfelijk is en dat de uiteindelijke volledige verlossing van het lichaam bij de opstanding zichtbaar zal worden. Ook trouwe gelovigen kunnen ziekte meemaken en het is pastoraal onjuist om iedere zieke van ongeloof te beschuldigen. Toch mogen moeilijke ervaringen niet worden gebruikt om het patroon van Jezus’ bediening om te keren. Hij blijft het zuiverste beeld van het hart van de Vader.
Genezing en gezondheid zijn niet precies hetzelfde
Genezing betekent dat iemand vanuit ziekte tot herstel komt. Gezondheid gaat verder en betreft Gods voorziening om het lichaam in een goede toestand te bewaren. In Exodus 15 sprak God niet alleen over het genezen van een volk dat reeds door allerlei ziekten getroffen was. Hij beloofde dat Hij hen, wanneer zij naar Zijn stem luisterden en in Zijn wegen wandelden, voor de ziekten van Egypte zou bewaren.
De Bijbel behandelt het lichaam niet als een tijdelijk omhulsel dat voor God nauwelijks waarde heeft. God heeft het lichaam geschapen, Jezus heeft het door Zijn bloed gekocht en de Heilige Geest wil erin wonen. Paulus schrijft dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is en dat wij daarom God in ons lichaam moeten verheerlijken. Dat geeft niet alleen grond voor gebed om genezing, maar legt ook verantwoordelijkheid bij ons neer voor de manier waarop wij met ons lichaam omgaan.
Geloof in goddelijke genezing ontslaat ons niet van gezond verstand, goede voeding, rust, lichaamsbeweging of passende medische zorg. Derek Prince sprak met waardering over artsen, verpleegkundigen en ziekenhuizen en zag hen niet als concurrenten van God. Medische kennis kan veel betekenen en het is onverstandig om noodzakelijke behandeling eigenmachtig te staken om daarmee geloof te willen bewijzen. God kan rechtstreeks genezen, maar Hij kan ook artsen, medicatie, operaties en natuurlijke herstelprocessen gebruiken.
Tegelijkertijd moeten we de grenzen van menselijke mogelijkheden erkennen. Artsen kunnen behandelen, ondersteunen en soms opmerkelijke resultaten bereiken, maar zij beschikken niet over onbeperkte macht. Waar mensen geen oplossing meer zien, blijft God niet machteloos. Geloof veracht de medische werkelijkheid niet, maar weigert haar tot de hoogste autoriteit te verheffen. Een diagnose kan waardevolle informatie geven over de toestand van het lichaam, maar zij bepaalt niet de uiterste grens van wat God kan doen.
God zond Zijn Woord en genas hen
Een van de voornaamste middelen waardoor God genezing en gezondheid schenkt, is Zijn Woord. Psalm 107 beschrijft mensen die door hun verkeerde wegen ernstig ziek waren geworden. Hun eetlust was verdwenen en zij naderden de poorten van de dood. Toen zij in hun benauwdheid tot God riepen, antwoordde Hij:
“Hij zond Zijn woord uit, genas hen en bevrijdde hen uit hun grafkuilen.”
God deed hier drie dingen die samen een groot deel van Zijn voorziening voor de mens samenvatten. Hij redde, Hij genas en Hij bevrijdde. Redding heeft betrekking op de macht en gevolgen van de zonde, genezing op ziekte en lichamelijke gebrokenheid, en bevrijding op de onderdrukkende macht van de vijand. Het middel dat God in deze psalm zond, was Zijn Woord.
Dat betekent dat het Woord van God meer is dan informatie over genezing. Gods Woord draagt Zijn gezag, leven en kracht. Jesaja 55 verklaart dat het woord dat uit Gods mond uitgaat niet vruchteloos naar Hem terugkeert, maar volbrengt wat Hem behaagt en voorspoedig is in datgene waartoe Hij het zendt. Wanneer God Zijn Woord zendt om te genezen, is dat Woord niet leeg of machteloos.
Toch werkt het Woord niet automatisch, alsof het uitspreken van een tekst een mechanische formule is. Het moet worden gehoord, ontvangen en in het hart bewaard. Het doel is niet een paar zinnen zo vaak mogelijk te herhalen in de hoop dat de juiste hoeveelheid woorden een wonder afdwingt. God verlangt dat Zijn waarheid onze onzekerheid, verkeerde overtuigingen en angst begint te vervangen. Vanuit dat horen ontstaat geloof.
Luisteren met beide oren
In Exodus 15:26 staat in het Hebreeuws letterlijk een herhaling van het werkwoord luisteren: ‘Als u luisterend zult luisteren naar de stem van de HEERE.’ Zulke herhaling legt nadruk op volledige, aandachtige gehoorzaamheid. Derek Prince omschreef dit beeldend als luisteren met beide oren. Veel mensen luisteren met het ene oor naar Gods Woord en met het andere naar alles wat angst en ongeloof voedt.
Met het ene oor horen zij dat God hun Heelmeester is, terwijl zij met het andere oor voortdurend luisteren naar de gedachte dat er niets kan veranderen. Gods belofte en de vijandige conclusie ontmoeten elkaar vervolgens in hun denken, met verwarring als resultaat. Zij proberen te geloven, maar blijven tegelijkertijd ieder negatief woord voeden. Het probleem is dan niet dat zij nooit iets uit de Bijbel hebben gehoord, maar dat Gods stem niet de onverdeelde aandacht heeft gekregen.
Luisteren met beide oren betekent niet dat wij een diagnose ontkennen of geen kennisnemen van medische feiten. Het betekent dat wij die feiten beoordelen in het licht van een hogere werkelijkheid: Gods karakter, trouw en vermogen. Een arts kan zeggen wat volgens de huidige medische kennis waarschijnlijk is; God spreekt over wat bij Hem mogelijk is. Deze twee uitspraken hoeven niet vijandig tegenover elkaar te staan, zolang wij maar begrijpen dat de menselijke uitspraak niet de plaats van Gods uiteindelijke gezag inneemt.
Werkelijk luisteren houdt bovendien gehoorzaamheid in. God zei tegen Israël dat zij niet alleen Zijn stem moesten horen, maar ook moesten doen wat juist was in Zijn ogen en aandacht moesten geven aan Zijn geboden. Bijbelse genezing kan daarom niet worden losgemaakt van een toegewijd leven. Wij kunnen Gods Woord niet selectief als medicijn gebruiken terwijl wij bewust andere gebieden van datzelfde Woord verwerpen. Het gaat niet om een techniek, maar om een verbondsrelatie met de levende God.
Gods medicijnfles
Spreuken 4:20-22 werd voor Derek Prince het centrale Schriftgedeelte in zijn persoonlijke zoektocht naar genezing:
“Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig je oor tot wat Ik zeg. Laat ze niet wijken van je ogen, bewaar ze in het binnenste van je hart. Ze zijn immers leven voor wie ze vinden, en genezing voor heel hun vlees.”
Het Hebreeuwse woord dat hier met ‘genezing’ wordt vertaald, kan ook als gezondheid of medicijn worden weergegeven. De belofte heeft nadrukkelijk betrekking op ‘heel hun vlees’, dus op het volledige lichamelijke bestaan. Toen Derek dit las, concludeerde hij dat Gods Woord voor hem medicijn kon zijn. Als voormalig militair verpleger wist hij echter dat medicijn alleen werkt wanneer het volgens de aanwijzingen wordt ingenomen.
De aanwijzingen staan volgens hem in het gedeelte zelf. De eerste is: geef aandacht aan Gods woorden. Dat vraagt geconcentreerde tijd en betekent dat wij het Woord niet vluchtig langs ons heen laten gaan. Wie tegelijk leest, zijn telefoon controleert en in gedachten al bij de volgende afspraak is, geeft nauwelijks aandacht. God vraagt geen haastige religieuze plicht, maar een hart dat werkelijk wil horen.
De tweede aanwijzing luidt: neig je oor tot wat God zegt. Dat beschrijft een nederige en leerbare houding. Soms staat Gods Woord haaks op wat wij jarenlang hebben aangenomen, ook wanneer die aannames een religieuze oorsprong hebben. Wij moeten bereid zijn onze opvattingen te laten corrigeren in plaats van ieder Bijbelgedeelte passend te maken bij wat wij toch al geloofden.
De derde aanwijzing is dat Gods woorden niet van onze ogen mogen wijken. Onze verbeelding wordt sterk beïnvloed door datgene waarop wij langdurig onze aandacht richten. Wanneer ziekte het enige beeld wordt dat wij voor ogen houden, kan zij ons hele denken gaan beheersen. De Schrift nodigt ons uit Gods beloften bewust voor ogen te houden, niet om lichamelijke symptomen te ontkennen, maar om te verhinderen dat zij de enige werkelijkheid worden die wij nog kunnen zien.
Ten slotte moeten Gods woorden in het midden van ons hart worden bewaard. Het hart is in de Bijbelse betekenis het centrum van waaruit wij leven. Gods Woord moet dus van de pagina via onze aandacht en ons gehoor doordringen tot onze innerlijke overtuiging. Wanneer het daar wordt ontvangen, brengt het leven voort en kan het gezondheid aan ons lichaam geven.
Van wanhoop naar geloof
Tijdens zijn langdurige verblijf in het ziekenhuis dacht Derek aanvankelijk: God zou mij kunnen genezen als ik voldoende geloof had, maar ik heb dat geloof niet. Daarmee zat hij vast. Hij meende dat genezing afhankelijk was van iets wat hij niet bezat en ook niet zelf kon produceren. De doorbraak kwam toen hij Romeinen 10:17 las: ‘Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.’
De woorden ‘geloof komt’ veranderden zijn perspectief. Wie geen geloof heeft, hoeft zichzelf niet wanhopig op te zwepen. Geloof kan komen doordat iemand zich openstelt voor Gods Woord en de Heilige Geest dat Woord persoonlijk levend maakt. Het begint niet bij menselijke spierkracht, maar bij Gods spreken.
Derek begon de hele Bijbel door te lezen en markeerde alles wat betrekking had op genezing, gezondheid, lichamelijke kracht en lang leven. Langzaam veranderde zijn beeld van God. Vervolgens besloot hij Spreuken 4 daadwerkelijk als medicijn in te nemen. Drie keer per dag, na de maaltijd, zonderde hij zich af met de Schrift, boog zijn hoofd en herinnerde God eraan dat Hij Zijn Woord als medicijn had gegeven.
Dat was geen methode waarmee hij God probeerde te controleren. Het was een concrete daad waarmee hij zijn vertrouwen op Gods belofte richtte. De omstandigheden werden niet onmiddellijk gemakkelijker; hij werd zelfs naar het nog hetere klimaat van Soedan gestuurd. Toch ontving hij daar volledige en blijvende genezing. Voor hem werd dit een levenslang getuigenis dat Gods beloften niet afhankelijk zijn van gunstige omstandigheden, maar dat Zijn Woord doet wat Hij heeft beloofd wanneer het werkelijk wordt ontvangen.
Genezing is geen wedstrijd in geloof
Onderwijs over geloof kan verkeerd worden toegepast wanneer zieke mensen het gevoel krijgen dat het uitblijven van genezing bewijst dat zij hebben gefaald. Dat is hard en vaak ook onjuist. Jezus behandelde zieken niet als kandidaten voor een geloofsexamen. Hij werd met ontferming bewogen en ontmoette mensen op zeer verschillende manieren.
Sommigen werden genezen door een aanraking, anderen door een gesproken bevel. Soms legde Jezus handen op iemand, soms gebruikte Hij speeksel en aarde, en op andere momenten vond genezing op afstand plaats. Een vrouw raakte in geloof de zoom van Zijn kleed aan, terwijl de vrienden van een verlamde een dak openbraken om hem bij Jezus te brengen. God is niet beperkt tot één methode en wij mogen Hem daarom niet voorschrijven hoe Hij moet handelen.
Ook vandaag kan genezing onmiddellijk of geleidelijk plaatsvinden, door gebed, handoplegging, zalving met olie, het Woord van God, medische behandeling of een combinatie daarvan. Wij mogen verwachten dat God spreekt en handelt, maar moeten nederig blijven over het proces. Wanneer genezing nog niet zichtbaar is, hoeven wij de zieke niet te beschuldigen en evenmin te doen alsof er al lichamelijk herstel is dat medisch niet kan worden vastgesteld.
Geloof spreekt de waarheid en blijft tegelijkertijd op God gericht. Het kan eerlijk zeggen dat er nog symptomen zijn, terwijl het weigert te concluderen dat God daarom ontrouw is. Het kan medische hulp ontvangen zonder God als Heelmeester los te laten. Werkelijk geloof is niet luidruchtig toneel, maar volhardend vertrouwen in het karakter van God.
Onze verantwoordelijkheid voor het lichaam
Wanneer wij ons lichaam aan God toewijden, erkennen wij dat het niet bedoeld is voor onreinheid, verslaving of grenzeloze zelfbevrediging. Paulus schrijft dat het lichaam voor de Heere is en de Heere voor het lichaam. Hij roept gelovigen op hun lichaam in heiliging en eerbaarheid te bewaren. Dat raakt seksualiteit, maar ook voeding, rust, middelengebruik en alles wat het lichaam beheerst of beschadigt.
Sommige lichamelijke problemen zijn niet door één gedragsverandering op te lossen en niemand mag suggereren dat iedere ziekte het gevolg is van persoonlijke nalatigheid. Toch blijft het waar dat wij verantwoordelijkheid dragen voor wat binnen onze invloed ligt. Het is inconsistent om genezing te vragen terwijl wij bewust vasthouden aan gewoonten die het lichaam schaden. Genade heft verantwoordelijkheid niet op; zij stelt ons juist in staat andere keuzes te maken.
Paulus vergelijkt de christelijke levensweg met een wedstrijd waarvoor een atleet zichzelf beheerst. Atleten letten op hun voeding, training en herstel omdat zij een tijdelijk doel voor ogen hebben. Hoeveel te meer mogen gelovigen zorgvuldig omgaan met het lichaam dat voor Gods dienst bestemd is. Zelfbeheersing is daarbij geen afwijzing van het lichaam, maar een manier om het onder een goede en heilige bestemming te brengen.
Het uiteindelijke doel van God met ons lichaam is bovendien groter dan tijdelijke gezondheid. De christelijke hoop bereikt haar hoogtepunt in de opstanding, wanneer ons sterfelijke lichaam zal worden veranderd en gelijkvormig zal worden aan het verheerlijkte lichaam van Jezus. Iedere genezing die wij nu ontvangen, is een teken van Gods komende Koninkrijk, maar nog niet de volledige voltooiing. De opstanding blijft de definitieve overwinning op ziekte, verval en dood.
Een gebed om Gods Woord te ontvangen
HEERE God, ik kom tot U als de God Die Zichzelf heeft bekendgemaakt als mijn Heelmeester. Ik dank U dat Uw karakter niet verandert en dat Jezus Christus mij heeft laten zien hoe bewogen U bent met mensen die ziek, zwak en gebroken zijn. Vergeef mij waar ik meer gezag heb gegeven aan angst, teleurstelling of menselijke conclusies dan aan Uw Woord. Ik wil mijn lichamelijke werkelijkheid niet ontkennen, maar ik kies ervoor haar onder Uw hogere gezag te brengen.
Dank U dat Jezus aan het kruis niet alleen mijn zonden heeft gedragen, maar ook mijn zwakheden en ziekten op Zich heeft genomen. Open mijn verstand voor wat U in Uw Woord hebt voorzien en laat geloof in mij ontstaan door het horen van Uw stem. Leer mij met beide oren naar U te luisteren, zonder tegelijk de leugens van angst en ongeloof te blijven voeden. Breng Uw Woord vanuit mijn gedachten tot in het midden van mijn hart.
Ik stel mijn lichaam aan U beschikbaar als een tempel van de Heilige Geest. Laat mij zien waar ik verantwoordelijkheid moet nemen, verkeerde gewoonten moet loslaten of hulp moet aanvaarden. Geef wijsheid aan artsen en andere behandelaars en leid mij in de weg waarlangs U herstel wilt brengen. Bewaar mij voor hoogmoed, krampachtigheid en veroordeling, zowel tegenover mijzelf als tegenover anderen.
U bent de HEERE, mijn Heelmeester. Ik ontvang Uw Woord als leven en medicijn voor heel mijn lichaam en vertrouw mij toe aan Uw liefde, wijsheid en kracht. In de naam van Jezus. Amen.
Hij is nog steeds de HEERE Die geneest
God heeft Zich niet teruggetrokken uit Zijn eigen naam. De HEERE Die Israël bij Mara ontmoette, Die door de profeten sprak en Die in Jezus zieken genas, is niet veranderd. Zijn kracht is niet verminderd en Zijn bewogenheid is niet verdwenen. Wij begrijpen niet ieder ziekteproces en beschikken niet over een eenvoudige verklaring voor ieder gebed dat anders wordt beantwoord dan wij hopen, maar die vragen mogen ons niet beroven van wat God helder over Zichzelf heeft geopenbaard.
Onze taak is niet een genezing te produceren. Wij mogen luisteren, geloven, gehoorzamen en ons lichaam aan God toevertrouwen. Wij kunnen gebruikmaken van medische zorg zonder onze verwachting tot menselijke mogelijkheden te beperken. Bovenal mogen wij Gods Woord aandacht geven, ons oor ertoe neigen, het voor onze ogen houden en in ons hart bewaren.
Geloof begint niet bij wat wij in ons lichaam voelen, maar bij Wie God heeft gezegd dat Hij is. Zijn verklaring aan Israël klinkt daarom nog altijd met kracht: ‘Ik ben de HEERE, jouw Heelmeester.’

