Hoe Jezus met demonen omging
Onderwijsbibliotheek

Bevrijding · 7 min

Hoe Jezus met demonen omging

De bevrijdingsbediening was geen bijzaak, maar een wezenlijk onderdeel van Jezus’ verkondiging van Gods Koninkrijk

Wanneer we de evangeliën zorgvuldig lezen, ontdekken we dat Jezus niet alleen predikte en zieken genas. Overal waar Hij kwam, werd Hij ook geconfronteerd met demonen. Hij herkende hun aanwezigheid, sprak hen rechtstreeks aan en gebood hun de mensen te verlaten.

Voor Jezus was bevrijding geen verborgen of uitzonderlijk onderdeel van Zijn bediening. Het hoorde bij de zichtbare doorbraak van Gods Koninkrijk. Waar Jezus kwam, moest de macht van de duisternis wijken.

Een man in de synagoge

Aan het begin van het evangelie van Markus lezen we hoe Jezus op de sabbat onderwijs gaf in de synagoge van Kapernaüm. De aanwezigen waren verbaasd, omdat Hij niet sprak zoals de schriftgeleerden. Jezus onderwees met gezag.

Juist daar, in de synagoge, begon een man met een onreine geest te schreeuwen:

Ga weg! Wat hebben wij met U te maken, Jezus de Nazarener? Bent U gekomen om ons te gronde te richten? Ik weet Wie U bent, namelijk de Heilige van God.
Markus 1:24

Jezus begon geen discussie met de geest. Hij gaf een kort en krachtig bevel:

Zwijg! Ga uit hem weg!
Markus 1:25

De onreine geest bracht de man in hevige beroering, schreeuwde met luide stem en ging uit hem weg.

Wat hier gebeurde, maakte diepe indruk op de aanwezigen. Zij waren niet alleen verbaasd over de genezingen of wonderen van Jezus. Wat hen vooral trof, was de autoriteit waarmee Hij boze geesten gebood en de gehoorzaamheid waarmee deze geesten op Zijn bevel reageerden.

Wat nieuw was aan de bediening van Jezus

Ook vóór de komst van Jezus waren er wonderen gebeurd. Mozes en Jozua hadden Gods macht over de natuur gezien. Elia en Elisa hadden zieken genezen en zelfs doden opgewekt. Maar de manier waarop Jezus demonen openlijk confronteerde en uitdreef, was ongekend.

Hij sprak met een gezag dat niet voortkwam uit rituelen, formules of menselijke inspanning. Hij wist dat Hij gezonden was door de Vader en dat geen macht van de vijand tegen Gods gezag bestand was.

Jezus behandelde demonen als geestelijke personen. Zij konden spreken, luisteren, weten, willen en reageren. Zij herkenden Jezus dikwijls eerder dan de mensen om Hem heen. In de synagoge wist de onreine geest onmiddellijk dat Jezus de Heilige van God was.

Dat betekent niet dat Jezus alles accepteerde wat zij zeiden. Hij legde hun juist het zwijgen op. Hij had hun getuigenis niet nodig. De Zoon van God laat Zich niet bevestigen door vertegenwoordigers van het rijk van de duisternis.

Twee koninkrijken komen met elkaar in botsing

Jezus verklaarde:

Maar als Ik door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God bij u gekomen.
Mattheüs 12:28

Daarmee maakte Hij duidelijk wat er werkelijk gebeurde. Bevrijding is meer dan iemand verlichting geven van geestelijke onderdrukking. Het is een openlijke confrontatie tussen twee koninkrijken: het Koninkrijk van God en het rijk van satan.

Satan heeft een georganiseerd rijk dat zich verzet tegen God en Zijn bedoelingen. Maar wanneer demonen in de naam en de autoriteit van Jezus worden uitgedreven, wordt zichtbaar dat Gods Koninkrijk sterker is.

De bediening van bevrijding maakt de overwinning van Jezus concreet. De duisternis wordt niet slechts besproken of bestudeerd; zij wordt teruggedrongen.

Bevrijding hoorde bij de normale bediening van Jezus

Markus vat Jezus’ optreden in Galilea als volgt samen:

En Hij predikte in hun synagogen door heel Galilea en dreef de demonen uit.
Markus 1:39

Prediking en bevrijding worden hier rechtstreeks met elkaar verbonden. Jezus verkondigde het Koninkrijk en dreef demonen uit. Het ene was geen vervanging van het andere. Beide hoorden bij Zijn opdracht.

Bovendien gebeurde dit niet uitsluitend tijdens besloten samenkomsten. Jezus dreef demonen uit in synagogen, op straat en te midden van grote groepen mensen. Hij stond niet toe dat religieuze fatsoensregels belangrijker werden dan de vrijheid van een gebonden mens.

Misschien zouden wij de orde van een kerkdienst willen beschermen door een ontregeld mens naar buiten te brengen. Jezus handelde anders: Hij verdreef de demon en liet de mens blijven.

Dat verschil zegt veel.

Jezus maakte onderscheid tussen ziekte en demonische gebondenheid

De Bijbel leert niet dat iedere ziekte of ieder menselijk probleem door een demon wordt veroorzaakt. In Markus 1 wordt bewust onderscheid gemaakt tussen zieken en mensen die door demonen werden gekweld:

En Hij genas er velen die er door allerlei ziekten slecht aan toe waren, en dreef veel demonen uit.
Markus 1:34

Sommige mensen hadden genezing nodig; anderen hadden bevrijding nodig. In bepaalde gevallen konden ziekte en demonische invloed met elkaar verbonden zijn, maar Jezus behandelde niet ieder probleem op dezelfde manier.

Dit onderscheid blijft belangrijk. Niet iedere verkeerde gedachte is een demon. Niet iedere emotionele worsteling is demonisch. Niet iedere ziekte vraagt om bevrijding. Soms moet iemand zich bekeren, soms moet iemand leren zijn denken te vernieuwen, soms is pastorale of medische hulp nodig en soms is er sprake van demonische gebondenheid.

We hebben daarom de leiding en de onderscheiding van de Heilige Geest nodig. Zonder onderscheidingsvermogen kan geestelijke ijver meer schade veroorzaken dan vrijheid brengen.

Jezus sprak tot de geest, niet tegen de persoon

Bij de bezetene in het land van de Gadarenen zien we dat Jezus onderscheid maakte tussen de man en de geesten die hem beheersten. De man was niet de vijand. Hij was iemand die bevrijding nodig had.

Jezus sprak het onreine geestelijke wezen aan:

Onreine geest, ga uit van deze man!
Markus 5:8

Dit is fundamenteel voor iedere bediening van bevrijding. We strijden niet tegen de mens, maar tegen de macht die hem gebonden houdt. De persoon moet met waardigheid, liefde en mededogen worden behandeld. Tegelijkertijd hoeven wij geen medelijden te hebben met de demonische macht die hem onderdrukt.

Jezus vernederde de gebonden man niet. Hij maakte hem vrij.

Na zijn bevrijding zat de man gekleed en goed bij zijn verstand aan de voeten van Jezus. De bevrijding gaf hem zijn waardigheid, rust en zelfbeheersing terug. Vervolgens zond Jezus hem naar huis om te vertellen welke grote dingen de Heere voor hem had gedaan.

Manifestaties zijn niet het doel

Wanneer demonen mensen verlieten, ging dat soms gepaard met zichtbare of hoorbare reacties. Mensen konden schreeuwen, vallen, schokken of hevig reageren. Ook in de bediening van Filippus lezen we dat onreine geesten onder luid geschreeuw uit veel mensen weggingen (Handelingen 8:7).

Zulke manifestaties bewijzen echter niet automatisch dat er werkelijk bevrijding plaatsvindt. Evenmin betekent de afwezigheid ervan dat er niets gebeurt.

De manifestatie is nooit het doel. De vrijheid van de mens is het doel.

We moeten daarom niet gefascineerd raken door bovennatuurlijke verschijnselen. Jezus zocht geen spektakel. Hij handelde uit bewogenheid met mensen en uit gehoorzaamheid aan Zijn Vader.

Er bestaat geen Bijbelse grond om langdurige gesprekken met demonen te voeren of nieuwsgierig informatie bij hen op te vragen. Dat kan gemakkelijk ontaarden in misleiding. Jezus vroeg in een specifieke situatie naar de naam van een geest, maar maakte daarvan geen vaste methode.

Onze aandacht hoort niet bij de demon te liggen, maar bij Jezus Christus.

Jezus handelde met direct gezag

Jezus bad niet tot de Vader met de vraag of de demon misschien wilde vertrekken. Hij richtte Zich rechtstreeks tot de geest en gaf een bevel.

‘Zwijg.’

‘Ga uit hem weg.’

‘Kom uit die man.’

Zijn woorden waren eenvoudig, maar werden gedragen door goddelijk gezag. Demonen gehoorzaamden niet omdat Jezus hard genoeg schreeuwde. Zij gehoorzaamden omdat zij wisten Wie Hij was.

Ware geestelijke autoriteit wordt niet voortgebracht door volume, emotie of religieus toneel. Zij vloeit voort uit onderwerping aan God. Jezus stond volkomen onder het gezag van Zijn Vader en kon daardoor het gezag van Zijn Vader uitoefenen.

Ook voor ons geldt dat geestelijke autoriteit nooit losstaat van gehoorzaamheid. Jakobus schrijft:

Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.
Jakobus 4:7

De volgorde is belangrijk. Eerst onderwerpen wij ons aan God. Vanuit die positie bieden wij weerstand aan de duivel.

Jezus stuurde Zijn discipelen eropuit

De bediening van bevrijding eindigde niet bij Jezus. Hij gaf Zijn discipelen macht en gezag over demonen en zond hen uit om het Koninkrijk van God te verkondigen, zieken te genezen en mensen vrij te maken.

Later zei Hij over degenen die geloven:

In Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven.
Markus 16:17

Daarmee maakte Jezus bevrijding niet tot het exclusieve terrein van een paar uitzonderlijke predikers. Het gezag ligt in Zijn naam. Tegelijkertijd vraagt de bediening om geestelijke volwassenheid, Bijbelse kennis, een heilig leven en afhankelijkheid van de Heilige Geest.

Niemand behoort lichtvaardig of uit nieuwsgierigheid met demonische machten om te gaan. De zonen van Sceva probeerden in Handelingen 19 de naam van Jezus als een formule te gebruiken, terwijl zij Hem zelf niet werkelijk kenden. De gevolgen waren vernederend en gevaarlijk.

De naam van Jezus is geen toverspreuk. Zijn naam draagt gezag wanneer zij wordt gebruikt vanuit geloof, gehoorzaamheid en een werkelijke relatie met Hem.

De mens moet worden vrijgemaakt

De Kerk heeft soms geprobeerd het bestaan van demonen weg te verklaren. In andere kringen is juist bijna ieder probleem demonisch genoemd. Beide uitersten zijn onjuist.

Jezus ontkende de geestelijke werkelijkheid niet, maar Hij gaf de duisternis ook niet de hoofdrol. Hij was nooit bang voor demonen. Zij waren bang voor Hem.

Dat blijft ons uitgangspunt. Wij hoeven niet onder de indruk te raken van de macht van de vijand. Aan het kruis heeft Jezus de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld. Zijn overwinning is volledig.

De vraag is daarom niet of Jezus voldoende macht heeft om iemand te bevrijden. De vraag is of wij bereid zijn Zijn Woord te geloven, ons aan Hem te onderwerpen en Zijn voorbeeld te volgen.

Waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. De machten van de duisternis zijn niet veranderd, maar Jezus evenmin.

Wanneer Hij spreekt, moeten zij wijken.

Volgende studie

Ik ben de HEERE, jouw Heelmeester

Lees verder