Ivar van der Sterre: Staand in storm, vast in het Woord

Ivar van der Sterre: Staand in storm, vast in het Woord

Door: Robin Prijs

Wie de geschiedenis van Herstelteam Nederland of Derek Prince Ministries Nederland kent, kan niet om één naam heen: Ivar van der Sterre. Jarenlang was hij het gezicht, de motor, het pastorale hart en de organisatorische spil van beide bewegingen. En wanneer ik hem ontmoet op het kantoor van DPM, zit daar een man die ondanks fysieke strijd nog altijd dezelfde warme vastberadenheid uitstraalt. Een man die weigert zijn vreugde te laten afpakken, omdat hij weet wie met hem meegaat.

Wanneer ik vraag hoe het met hem gaat, verschijnt er een glimlach. “Ik ben altijd vrolijk,” zegt hij. “Dat neem ik mezelf elke ochtend voor in de spiegel. Want ik heb altijd reden om vrolijk te zijn: de Heer is elke dag bij me.” Het is geen goedkope optimistische slogan, maar een diepe overtuiging die hem dragen moet, nu MS — in zijn woorden “die stomme MS” — zich steeds verder opdringt in zijn leven. Toch zegt hij zacht en met opmerkelijke vrede: “Ik ben heel blij dat, als ik dan toch een progressieve vorm van MS moet doormaken, ik dat mag doen samen met de Heer. De proclamatie van Gods Woord geeft elke dag nieuwe kracht.”

Dat Woord vormt ook de kern van alles waar Herstelteam voor staat en altijd voor stond. Hoe hij kijkt naar het initiatief om Herstelteam opnieuw op te bouwen? Het antwoord komt zonder enige aarzeling: “Geweldig. Als er ooit een tijd was dat christenen diep en volledig toegerust moeten worden om de Heer te dienen en zichtbaar getuige te zijn, dan is het nu.” Terwijl hij het zegt, straalt zijn gezicht een mengeling uit van ernst en hoop — alsof hij de urgentie van deze tijd sterker voelt dan ooit.

Wanneer we samen teruggaan naar de ontstaansgeschiedenis van Herstelteam, vertelt hij dat zijn motivatie al die jaren nooit veranderd is. “Ik wilde mensen verbinden aan de leven-vernieuwende kracht van Gods Woord. Dat is wat ik altijd heb geleefd en wie ik altijd ben geweest.” Terwijl hij praat, gaat zijn telefoon. Zijn moeder. Hij neemt vriendelijk op en praat even met haar. Daarna zegt hij met een bijna kinderlijke warmte: “Ik vind nog steeds heel veel kracht in mijn lieve ouders.” Het tekent de mens achter de visie.

De hoogtepunten van de oude Herstelteam-periode? Hij denkt even na en zijn blik verzacht wanneer de naam van Derek Prince valt. “Hij is twee of drie keer op conferenties aanwezig geweest. Dat heeft me enorm gemotiveerd om door te gaan. Als ik zie hoeveel kracht er schuilt in het opbouwen van mensen met Gods Woord… ja, dan ben ik zeer gemotiveerd voor Herstel. Herstel brengt herstel in ieder leven.”

In de geschiedenis van beide organisaties liepen DPM en Herstelteam altijd zij aan zij. Ivar lacht wanneer ik vraag hoe dat zo gekomen is. “Het waren dezelfde poppetjes natuurlijk,” zegt hij met gevoel voor humor, maar al snel schakelt hij terug naar ernst. “We waren allemaal mensen met een grote motivatie om anderen een hart onder de riem te steken, in de kracht van Gods Woord.” Herstel Magazine publiceerde jarenlang artikelen van Derek Prince — een vanzelfsprekende kruisbestuiving die volgens Ivar maar één drijfveer had: het Woord centraal. Daarbij was Derek’s diepe liefde voor Israël een bindende factor. “Dat heb je in Herstel altijd terug kunnen vinden.”

Toen hem begin jaren ’90 gevraagd werd om de Stichting Herstelteam onder zijn hoede te nemen, zag hij meteen dat het klopte. “Ik zag de kruisbestuiving. Derek verbindt mensen via zijn boeken aan de kracht van Gods Woord. Herstel doet hetzelfde. 1 + 1 = 2.” Hij lacht om zijn eigen eenvoud, maar vervolgt serieus: “Als er ooit een tijd was dat deze bediening nodig was, dan is het nu. Mensen raken de weg kwijt. Daarom is het zo belangrijk dat DPM en Herstel opnieuw zij aan zij gaan.”

Jarenlang was hij directeur van beide organisaties. Hoe dat te combineren was? “Bijna niet,” zegt hij lachend. Dan wordt hij openhartig: “Op een gegeven moment zat ik tegen overspannen aan. Later bleek dat de MS me al in de greep had. Maar met Hem kan ik elke storm aan.”

Dan komen we bij de periode waarin hij na zijn terugtreden weinig van zich liet horen. Niet omdat hij zichzelf terugtrok, maar omdat zijn gezondheid hem tot stilstand dwong. Toch definieert hij zichzelf nooit door passiviteit. “Ik ben nooit een duimen-draaier geweest. Ik zoek altijd naar mogelijkheden om mensen te blijven verbinden aan de levensbrengende kracht van Gods Woord. Dat is wie ik ben.”

Wanneer ik hem vraag of hij nog gelooft in herstel voor zichzelf, antwoordt hij zonder enige twijfel: “Zeker. Absoluut.” Hij vertelt dat hij genezingsdienst na genezingsdienst heeft bezocht. “Ik denk dat God me inmiddels een hardnekkige zeur vindt,” zegt hij met humor. “Ik denk dan aan de weduwe uit de Bijbel.” En dan, iets later: “Op een dag wandel ik mijn genezing binnen in de hemel. Wie het laatst lacht, lacht het best.”

Toch blijft hij ook hopen voor genezing in het hier en nu. Steeds vaker pakt hij zijn gitaar en zingt hij het lied ‘In de hemel is de Heer’. “Dat houdt bij mij heel erg de moed erin.”

“Dus de sleutel is lofprijs?” vraag ik.
“Absoluut,” antwoordt hij. “Derek’s boekje Dankzegging, lofprijs en aanbidding is misschien wel het belangrijkste dat hij ooit geschreven heeft.”

Hij vertelt hoe dankzegging vaak het eerste is dat stilvalt wanneer strijd de overhand lijkt te nemen. Maar juist in deze tijd, zegt hij, waar Israël zo onder druk staat, is lofprijs essentieel. Dan klinkt zijn stem bewogen: “Ik draag Israël een heel warm hart toe. Het is belangrijk dat wij als christenen de hemel bestormen voor Gods ingrijpen. Israël is Gods eerste verbondsvolk. Alles wat wij ooit aan zegen hebben ontvangen, danken we uiteindelijk aan Israël.”

Tot slot vraag ik wat hij tegen de lezers van Herstel Magazine zou willen zeggen. Zijn antwoord komt helder en zonder omwegen:
“Ik hoop jullie te stimuleren om nooit op te geven God groot te maken, met alles wat in je is. Als wij Hem groot maken, wordt Hij groot in onze situatie.”
Wanneer ik opwerp dat God toch al groot is, knikt hij bevestigend. “Hij is altijd groot. Maar door Hem lof toe te zingen maak je Hem groot in jouw situatie. Je maakt Hem groter in je eigen denken. En vanuit dat denken stroomt Zijn liefde — en ja, zelfs genezingskracht. Ik bid, ziek en al, nog steeds voor anderen wanneer ik de gelegenheid heb.”

Hij zwijgt even, dan glimlacht hij breed.
“En aan het einde van de dag zeg ik nog steeds: ‘Dank U, Jezus’. Zeker. Absoluut.”

Met die woorden eindigt het gesprek.
Maar niet het verhaal.
Want waar Ivar verschijnt, verschijnt altijd hetzelfde:
het Woord dat herstelt,
het getuigenis dat blijft,
en de vreugde die weigert te buigen.

En laten we één ding helder houden: we schrijven Ivar niet af. Nooit. We blijven staan voor zijn genezing, omdat God geen half werk doet en omdat hoop niet sterft zolang er adem in een mens is. We weigeren te capituleren voor wat onze ogen zien, want het laatste woord behoort niet aan een diagnose, maar aan de Geneesheer zelf. “Zolang er leven is, is er hoop,” zeggen mensen vaak — maar in het Koninkrijk is het sterker nog: zolang God leeft, is er toekomst. Daarom blijven we bidden, blijven we geloven, blijven we verwachten. Voor Ivar. Voor herstel. Voor een wonder dat eer brengt aan Jezus alleen.

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.